Freetown modderstroom: 6 maanden later

Op maandag 14 augustus 2017 stortte een gehele berghelling in in Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone. Een enorme modderstroom met grote rotsblokken liet een spoor van vernieling van ruim drie kilometer achter, en verpletterde alles dat op haar pad kwam. Meer dan 1000 mensen zijn hierbij om het leven gekomen.

Direct na de ramp kwamen internationale organisaties ter plaatse om hulp te bieden. Street Child was één van de eerste organisaties die op de plek van de ramp aankwam. Wij hebben gezorgd voor de allereerste noodhulp en deelden voedselpakketten uit aan de slachtoffers. Ons lokale team was 70 man sterk, en onze collega’s werkten een maand lang minstens 12 uur per dag. Zo hebben zij meer dan 85.000 maaltijden uitgedeeld, voor drinkwater gezorgd en slachtoffers voorzien van kleding en dekens. Ook hebben onze collega’s traumahulp en begeleiding geboden aan de mensen die werkelijk alles waren verloren.

Nu, zes maanden na de ramp, zijn veel organisaties vertrokken uit het getroffen gebied. Wij zijn nog lang niet klaar, want er is nog zo veel te doen...

En daarom deden we onderzoek. Dit toonde aan dat van de 300 ondervraagde huishoudens, 44% nog steeds geen inkomen heeft. Dit is een enorm verschil als je het vergelijkt met de situatie vóór de modderstroom in Sierra Leone – toen begaf slechts 5% van de families zich in deze situatie.

Desalniettemin toonde de enquête ook aan dat een bemoedigend aantal kinderen op school ingeschreven staat, en de lessen ook daadwerkelijk bijwoont (84%). Echter, het is onwaarschijnlijk dat dit percentage op de lange termijn gehandhaafd blijft; 41% van de ondervraagde gezinnen gaf aan dat (één van) hun kinderen hoogstwaarschijnlijk binnenkort zal moeten stoppen met school.

Street Child’s onderzoek heeft dus een goed beeld gegeven van de situatie in Sierra Leone na de allesvernietigende modderstroom. Er moet nog veel worden gedaan om gezinnen te helpen hun levens weer op te bouwen en een inkomen te creëren zodat hun kinderen (terug) naar school kunnen. 

 
Anne Beuken